De gebouwen

Het hoofdgebouw

In de middeleeuwen had het hospitaal wellicht een L-vorm. Het lag langs de Dender en omvatte de huidige oostelijke vleugel en een deel van de zuidelijke vleugel. De bouw ging van start in 1243 en duurde waarschijnlijk tot 1260.

De huidige gebouwen, die een harmonieuze vierhoek rond het klooster en zijn tuintje vormen, dateren dus niet uit de middeleeuwen. Ze werden ingericht en vergroot tussen de 16de en de 18de eeuw door prioressen die elkaar aan het hoofd van het hospitaal opvolgden en meestal uit adelijke kringen of uit de bourgeoisie kwamen. De hoofdgevel, die in 1664 werd afgewerkt, heeft barokke kenmerken. De kapel en de ziekenzaal werden heropgebouwd in het begin van de 18de eeuw.

De hoeve, die zowel de kloosterzusters als de zieken het nodige voedsel verschafte, bleef actief tot in het begin van de jaren negentig. De zelfbevoorrading was verzekerd door de molen aan de Dender en door de ijskelder, waar een gedeelte van de hoeveproducten bewaard werd. En in de apotheek werden de remedies bereid met de geneeskrachtige planten uit de tuin.

Er is niet veel veranderd aan de gebouwen die sinds het begin van de 16de eeuw werden heropgebouwd. De meubels, de kunstwerken en de archieven zijn er nog. Het is dus een uitzonderlijk rijke bron voor de geschiedenis van het ziekenhuiswezen en van de architectuur in Europa.

De toren

De tuin is een goede plek om, aan de zuidkant, de klokkentoren van de kapel te bewonderen, die de barokstijl inluidt. Het is een elegante leisteenkleurige houten klokkentoren die op het zadeldak verrijst en steunt op een vierkant blok, met daarop open latwerk. Een kegelvormige torenspits reikt naar de goudkleurige bol. Deze barokke klokkentoren, met kruis en haan, trekt de grens van de kapel, die oostwaarts is gericht.

De hoeve

De hoeve zou al in de dertiende eeuw hebben bestaan. Daarvan getuigt een brug over de Dender vanaf het hospitaal. De huidige brug werd in de 19de eeuw gebouwd. De gebouwen van de hoeve werden omstreeks 1525 heropgebouwd door Marguerite de Baudrenghien; ze brandden af in 1575 en werden daarna nog eens heropgebouwd door zuster Sergeant, en afgewerkt door priores Herwecq in 1609.

In 1834 wordt de schuur heropgebouwd, met toevoeging van een achthoekige kapel. En in 1866 tot slot worden zestiende-eeuwse schapenkooien aan de zuidkant vervangen door nieuwe ziekenzalen. Het grote portaal heeft een imposante duiventil die uitloopt in schuine puntgevels; de schuur uit de 19de eeuw heeft een indrukwekkend timmergeraamte. De hoeve bleef nog tot begin de jaren negentig actief.

Het ziekenhof

Voorbij het hek ligt het ziekenhof: loodrecht op de kapel en de ziekenzaal staat het gebouw van de Spanjaarden, met zijn zuilengang uit de 18de eeuw. Deze bestaat uit 9 stenen bogen over Toscaanse zuilen. Hier werden talloze Franse en Spaanse soldaten die in de oorlogen van Lodewijk XIV streden, door de kloosterlingen verzorgd.

De tuinen en de ijskelder

Aan de overkant, achter de hoge muur van gewitte baksteen, schuilt de omheinde tuin, het oude kerkhof van de kloosterlingen dat nu een moestuin is. Her en der ligt nog een grafsteen. In die tuin, op de zuidwestelijke hoek, zijn ook nog de overblijfselen van de oude stokerij van het hospitaal te vinden, ook uit de 18de eeuw. Net ernaast vermoffelt een verhoogd tuintje onder zijn dikke looflagen een grote ijskelder uit de 19de eeuw, helemaal van baksteen, en nog volledig bewaard. Het ijs werd in de winter van de Dender gezaagd en werd er opgeslagen in zo grote hoeveelheden dat er in de maand augustus daarna nog een meter van overbleef.

Het ijs diende voor compressen, voor koele dranken, voor de bewaring van vlees, en was tijdens de eerste wereldoorlog nog in gebruik.

Midden in de stad, wat een oase van rust, afgeschermd van de jachtige wereld! Hier was niets anders te horen dan vogelzang en het gefluister van de biddende kloosterlingen…

Vandaag is het hospitaal vierhoekig van vorm. In de dertiende eeuw bestond het slechts uit twee vleugels. De oostelijke vleugel omvatte enkele huizen langs de Dender, die Alix de Rosoit voor haar stichting kocht en later ombouwde tot keuken, refter, slaapzaal van de kloosterlingen op de verdieping en een lokaal dat ‘l’escole’ werd genoemd en wellicht het noviciaat was; de andere vleugel had geen verdieping, stond loodrecht, zuidwaarts en huisvestte de ziekenzaal en de kapel in haar verlengde. Van de oorpronkelijke bouw is niets meer te zien, maar onder de gebouwen langs de Dender liggen nog wel de houten funderingen.

Pas in de zeventiende eeuw kwamen de noordelijke en de westelijke vleugels erbij, een initiatief van priores Jeanne Duquesne.

Het klooster werd afgewerkt in het begin van de 18de eeuw. Alle zalen waar de kloosterlingen iets te doen hadden, waren zo met elkaar verbonden.

Opmerkelijk is dat hoewel er twee eeuwen lang aan dit gebouw werd gewerkt, steeds de primitieve stijl van het begin van de 16de eeuw werd nageleefd. Het is de stijl van de Vlaamse Renaissance die het geheel zijn homogeen karakter en zijn authenticiteit geeft.

De molen

De molen lag langs de Dender, dichtbij het hospitaal. Links ziet u een drinkplaats voor paarden. Deze molen verdween in de loop van de jaren 70 tijdens het rechttrekken van de rivier.