Beelden

Eiken Christusbuste

Eik, XVIde eeuw, H: 42 cm.

Deze buste is een overblijfsel van een levensgroot Christusbeeld uit de Sint-Pieterskerk. De buste is opvallend door het realisme en de weergave van emoties: het hoofd, bekroond met de doornenkroon, is driekwart naar rechts gedraaid, de ogen zijn wijd opengesperd. Twee verschillende emoties zijn merkbaar: in vooraanzicht lijkt Christus bijna te glimlachen, in zij aanzicht is zijn mond vertrokken door pijn.

Het oorspronkelijk Christusbeeld werd tijdens de Franse Revolutie beschadigd.

Piëta

Polychroom eik, tweede helft van de 15de eeuw, H: 73,5 cm.

Deze voorstelling van Marie en Jezus is in een driehoek opgesteld. Maria is gezeten, haar hoofd rechtop, en houdt haar overleden zoon in de armen. Zijn lichaam rust gebroken op haar knieën, zijn armen en benen hangen levensloos.

Het beeldje moest in vooraanzicht of in zijaanzicht bekeken worden. De schedel aan de voeten van Maria, is die van Adam. Dit herinnert ons eraan dat Christus gestorven is om de oerzonde op te kopen. Een interessant détail: Maria draagt sandalen zodat we haar blote voeten kunnen zien. Dit beeld werd in de loop van de XIXde eeuw herschilderd maar blijft perfect leesbaar voor onze tijdgenoten.

Sint Rochus

Een mooi beeld van de heilige Rochus, patroonheilige van de Lessense steenhouwers, met zoals vaak een ontbloot been met een pestbuil.

Mechelse pop

De kleine Mechelse ‘pop’ onder zijn stolp is een kindje Jezus uit de 17de eeuw. Het is typisch Mechels. Dit kindje Jezus dat uit schroom geslachtloos was, ziet er eerder uit als speelgoed dan als een cultusobject. Was er misschien een religieuze en esthetische stroming in die zin, net zoals de cultus van het doorboorde Heilig Hart van Jezus, op het einde van de 19de en in het begin van de 20ste eeuw?

Hij heeft de trekken van de bolwangig cherubijntjes en andere engeltjes die ook voor de liefde staan en zo vaak voorkomen in de Renaissancekunst.

Sint Ursula

De palm in de hand symboliseert de glorie van de martelaars, en het schip met de 11 maagden in de andere hand staat symbool voor het gezelinnen die in Keulen op de terugweg van hun bedevaart naar Rome, werden vermoord door de hunnen. In de loop der tijden dikte de legende aan, en groeide het aantal maagden die de dood vonden, tot elfduizend.

Ursula stond model voor de kloosterlingen, omdat ze een voorbeeldig leven als echtgenote van Christus leidde. Ook in het Sint-Janshospitaal van Brugge is haar verhaat te vinden. Daar staat ook het schrijn van de heilige Ursula, een meesterwerk van Hans Memling en een juweel van de kunst van de Vlaamse Primitieven.

Sint Augustinus

De kloostergemeenschap die Alix de Rosoit in 1242 stichtte, volgde de regel van Sint-Augustinus. De soepelheid van deze regel sloot goed aan bij de vereisten van het hospitaalleven. Het personeel van het hospitaal, dat op een twintigtal zieken berekend was, had immers een hele waslijst taken. Voor Sint-Augustinus stond liefdadigheid altijd voorop. Zijn kernachtige stelregel luidde: “hou van uw naaste en doe wat u wilt!”.