De priores

Priores Charlotte Carton (17de eeuw)

Moeder overste was één van de hoofdfiguren van het hospitaal: ze behield haar functie tot haar dood. Kort na de stichting van het hospitaal werd de priores door de directeur benoemd. Later kozen de zusters zelf hun nieuwe overste uit: haar naam werd voorgelegd aan de bisschop en hij ging over tot de officiële benoeming. Haar taak was zowel geestelijk als materieel: ze keek toe op de opleiding van de novicen en besloot over hun opname in de kloostergemeenschap, ze hield de zusters nauwlettend in de gaten en stond erop dat de zieken goed werden verzorgd. Wanneer de directeur stierf hield ze het roer in handen tot een nieuwe directeur werd benoemd.

De directeur

Portet van een directeur, 17de eeuw.

Uit de drie priesters verkoos het kapittel van de kanunnikessen er één tot ‘meester’, maar hij had geen absoluut gezag. Voor de wereldse kwesties had hij de goedkeuring van de priores nodig en moest hij ook verantwoording afleggen aan de aartsbisschop van Cambrai.

De drie priesters stonden in voor de geestelijke leiding van de gemeenschap en van de zieken, maar moesten ook bepaalde administratieve taken uitvoeren.

De kanunnikessen

De kloosterzusters van het hospitaal begin 20ste eeuw, onder het prioraat van Marie-Rose Carouy.

De zusters van het hospitaal Notre-Dame à la Rose van Lessines kwamen uit de adel, ofwel uit families van grote leenheren of van ambtenaren. Dit verklaart de rijkdom en de praal van het erfgoed van het ziekenhuis. Voor het jonge meisje is de intrede in een orde een mystiek huwelijk met Christus, dat met een echte bruidschat samengaat. Ook de familie van de zusters bracht haar steentje bij: geld, land, rentes maar ook meubels, kunstwerken, kant,…. Soms waren de zusters ook verwant aan elkaar.

De kloosterzusters hadden zeer uiteenlopende taken: portierster, apothekeres, kokkin, verpleegster (dag- of nachtdienst), wasvrouw…. Tijdens hun vrije tijd mochten de zusters naaien, wol spinnen,… of een muziekles volgen.

Tot op het einde van het Ancien Régime waren er tussen 7 en 18 kloosterlingen (hun aantal werd in de 15de eeuw beperkt). Later steeg het aantal nonnen tot 26 (in 1852).

In december 1881 verlieten de priores Alix Dumont en de abt Bataille, directeur van het hospitaal, Lessines naar aanleiding van een conflict met de stedelijke macht. Ze stichtten het hospitaal van Jolimont en de kloostergemeenschap is er tot op heden aanwezig gebleven. Uiteindelijk werden de kloostergemeenschappen van beide hospitalen opnieuw verenigd.

Marie-Rose Carouy omgeven door de zusters van het hospitaal (begin 20ste eeuw)

Op deze foto ziet u het habijt van de augustinessen van Lessines. In het midden zit priores Marie-Rose Carouy, gekleed in een wit ceremonieel habijt.

Foto getrokken in de binnentuin van het hospitaal.