Geneeskunde van Hippocrates en Galenus

De theorieën van Hippocrates en Galenus betreffende de ‘goede en slechte lichaamsvochten’ prevaleren tot bij het begin van de 18de eeuw, t.t.z. tot aan de werken van Jean-Baptiste Morgagni en zijn anatomische conceptie van de ziekte. Het Hospitaal bewaart nog instrumenten die getuigen van de concepties van Galenus, waar de ziekte beschouwd werd als voortkomend uit een ontregeling, een onevenwichtigheid in de “vochten” van de patiënt. Deze vochten werden dan verontreinigd en vergalden aldus het organisme.

De aderlaatschotel en de laatmesjes

Bij een aderlating, werd met een laatmesje een insnijding gemaakt in een slagader of een ader, doorgaans in de arm, om aldus het verontreinigde bloed te laten weglopen. De absolute behandeling tot aan het einde van de 18de eeuw. Ze werd toegepast om zowel een bloedarmoede als de syfilis te behandelen … of zelfs om te genezen van een slechte spijsvertering. Lodewijk XIII, bijvoorbeeld, zou een vijftigtal aderlatingen ondergaan hebben in één jaar tijd.

De bokalen met bloedzuigers en de laatkoppen

De bloedzuigers die op de huid geplaatst worden nemen het relais over van de aderlating, op hun beurt gevolgd door de laatkoppen, die men op de rug van de patiënt plaatste om de koorts tegen te gaan en het lichaam te zuiveren.

De klisteerspuit

Het ging er dus om de « slechte » vochten uit het lichaam van de zieke te verwijderen door de toepassing, bijvoorbeeld, van talrijke lavementen, die met een klisteerspuit toegediend werden. Deze “zelf toe te passen klisteerspuit”, die in het Hospitaal Onze-Lieve-Vrouw met de Roos bewaard wordt, dateert uit de 18de eeuw. Sedert de 17dede eeuw, heerste er een echte « klisteerrage », die Molière uitvoerig laakte. De klisteerspuit (afgeleid van de Griekse term « kluzein » : wassen) bestaat uit een injectie via het rectum, die toegepast werd uit hygiënegronden, maar eveneens om de ziekten te bestrijden die toegeschreven werden aan onevenwichtige vochten, met inbegrip van de meest tegenstrijdige : de diarree en de constipatie. De samenstelling varieert volgens de indicaties : verzachtend, laxerend, samentrekkend, maar eveneens bestemd om de pijn te stillen, wonden te reinigen of uit diureticagronden. Met de ontwikkeling van de preutsheid, verschijnt de “zelf toe te passen klisteerspuit” die op een soort gecapitonneerde kruk gemonteerd werd en die toeliet om een purgeermiddel toe te dienen zonder hulp van buitenstaanders. Sommige geneesheren nemen echter een afkerige houding aan tegenover een overmatig gebruik van deze spuit, omdat ze van mening zijn dat de ingewanden zelf in hun eigen werking dienen te voorzien. Op het einde van de 18de eeuw, gaan de mensen weer over tot een gezonder gebruik van de lavementen, t.t.z. de inbreng van medicatie in het organisme.

© 2017 Hôpital Notre-Dame à la Rose | Design : Bzzz