Schilderijen

De allegorie van het kloosterleven

Het werk bestaat uit drie registers. Het eerste (voorgrond) stelt zes vrouwen voor: de eerste, in burgerkledij, zal in het klooster treden, de dood en de duivel proberen haar van het idee af te brengen; de tweede (met de witte sluier) is een novice, die echter bezwijkt voor de verlokking van het burgerleven, ze gaat naar een feestmaal, en de rugmand van de duivel die haar verleidt, draagt het opschrift “ne cella mante” (ze zal het habijt niet aantrekken). De vier overige vrouwen, die hun geloftes aflegden (zwarte sluier), volgen de nauwe en kronkelende weg die hen naar het kruisoffer zal voeren.

De tweede cyclus illustreert de allegorie van de zes vrouwen in de vorm van bomen: de eerste in de herfst van het lekenleven, de tweede verliest de bladeren, de derde bloeit in het geestelijke leven, de vierde staat in bloei, de volgende draagt vruchten en de laatste sterft, zoals elke kloosterlinge die zich bij Christus in het paradijs vervoegt.

En de derde cyclus tenslotte mengt (op de achtergrond) de positieve en de negatieve symbolen van goed en kwaad : drie steden, waarvan er twee in lichterlaaie staan, Babylonië, Sodom en Gomorra, staan voor de onzedelijkheid en de ontrouw: ploegers en zaaiers verzinnebeelden het goede zaad, dat moet kiemen of sterft om herboren te worden.

Notre-Dame de Grâce

Het gaat om een zeldzame kopie uit de 15de eeuw van Onze-Lieve-Vrouw van de Genade van Cambrai. Een stilistisch en dendrochronologisch onderzoek, alsook een pigmentanalyse laten ons toe om dit werk precies te dateren. Het eiken paneel werd rond 1480 geschilderd.

Het maken van kopieën was in de 15de eeuw normale gang van zaken. Het ging om kleine devotiepanelen die in serie werden gemaakt en tot echte cultusobjecten werden verheven. De kunstenaar heeft het byzantijnse karakter van het werk goed bewaard. Let op de ietwat stijve compositie, de plooien van de gewaden en het hoofddoek van Maria dat haar haren volledig dekt. Toch heeft de schilder de figuur van Maria geïnnoveerd door haar de kenmerken van een Vlaamse madonna te verlenen: tederheid maar ook een zekere intimiteit stralen uit de halfgesloten ogen. Het naturalisme is kenmerkend voor de Vlaamse Primitieven. Maria heeft een droevige maar serene gelaatsuitdrukking: haar zoon Jezus, het kind dat ze in de armen draagt, heeft haar zonet het mysterie van zijn dood en verrijzenis onthuld.

Het laatste avondmaal

Het Laatste avondmaal (16de eeuw) werd in 1634 aan het ziekenhuis geschonken door Martin d’Alost en zijn echtgenote Marguerite Lepoivre, ter ere van hun twee dochters, Jeanne en Jacqueline, die als kloosterlingen in het ziekenhuis woonden en werkten. De schenkers werden op het ogenblik van de schenking overschilderd.

De bewening van Christus

Dit intrigerende schilderij, daterend uit het einde van de 16de eeuw, stelt een liggende Christus voor, omgeven door heilige vrouwen en Sint-Jan. Kijk aandachtig naar de weergave van Christus op dit paneel: hij werd geschilderd met vrouwelijke borsten. Dergelijke uitbeeldingen van Christus als spirituele vader en moeder, verwijzen naar talrijke godsdienstige en mystieke geschriften, die Christus vrouwelijke en moederlijke trekken verlenen. Christus heeft zijn hand op de borst gelegd en hij schenkt op deze wijze “spirituele voeding” aan de zusters. Deze beroemde teksten (Sint-Ambrosius van Milaan, Sint-Franciscus van Assisi en Sint-Catharina van Siena) werden toen niet als gezagsondermijnend ervaren maar de picturele weergave ervan genoot minder verdraagzaamheid. Het is bijgevolg begrijpelijk dat deze iconografie heel zeldzaam is. Het schilderij is een uitzonderlijke getuigenis van de rijkdom en de complexiteit van het mystieke leven van de toenmalige hospitaalzusters.

Jezus bij Simon de farizeeër

Deze eigenaardige iconografie vertoont Christus samen met Maria-Magdalena en Simon. Dit kunstwerk illustreert heel goed de thema’s van vroomheid en liefdadigheid. Midden op de tafel zijn brood en wijn al de voortekens van de nakende passie van Christus.

Heilige Eligius geneest de pestlijders

Ex-voto uit 1670, zeer waarschijnlijk een schenking aan het ziekenhuis door iemand die van de pest werd gered. De heilige doet een beroep op Maria ten gunste van de pestlijders. De heilige Eligius werd hier ook bijzonder vereerd, vooral in verband met de epidemie die in de loop van de 17de eeuw Lessines en omgeving trof.

© 2017 Hôpital Notre-Dame à la Rose | Design : Bzzz