Gotische kast

Deze gotische kast gaat vlot in en uit elkaar: de onderdelen grijpen gewoon ineen, zonder enige bevestiging. Dit was een ‘reismeubel’. Marie-Rose Carouy had de sloten en hengsels eraf gehaald om ze in een sierlijk kader tentoon te stellen…

De kofferbanken

De kofferbanken van massief hout zijn in de middeleeuwen vaak de belangrijkste meubelstukken, tegelijk nuttig en decoratief. Dit typisch 15de eeuwse meubelstuk heeft een eenvoudige structuur: de koffer met briefpanelen dient als zitbank, met twee volle armsteunen en een rechte rugleuning, aan de uiteinden gesierd met twee kleine heraldische leeuwen. De deskundigen zijn het niet eens over de herkomst van deze leeuwtjes, die misschien wel later zijn toegevoegd.

Het hospitaal van Lessines bezit een vijftiental dergelijke kofferbanken uit de 15de, 16de en 17de eeuwen. Samen vormen ze een mooie collectie.

De communiebank

De communiebank (die gelukkig ontsnapte aan het lot dat de hervorming van het Vaticaans Concilie II in de jaren 1960 dergelijke cultusmeubelen toedacht : namelijk de verdwijning in de opslaghuizen van de antiekhandelaars) is een wondermooi voorbeeld van barokstijl. De fijn gesculpteede motieven in de medaillons omrand dorr eiken houtsnijwerk, tonen (van links naar rechts) het zegel van het ziekenhuis, de heilige Augustinus, de heilige Eligius, en tenslotte het zegel van Alix de Rosoit. Het houtwerk doet aan smeedwerk denken.

De bibliotheek van de priores

De drieledige eiken kast is een mooi Lodewijk XV geheel dat omstreeks 1740 ter plaatse werd gemaakt door een Naamse ambachtsman. Twee grote kasten omlijsten een bibliotheek, die steunt op een laag meubel met twee registers.

De bibliotheek van de priores is weelderig voorzien van werken van de 16de tot de 19de eeuw. Indertijd waren boeken een belangrijk erfgoed en een beheersinstrument.

Ze zijn de bron van kennis, wijsheid, methodiek,… ze verlichten en inspireren de leiding van het ziekenhuis.

Mooie banden, waardevolle werken van grote drukkers, zoals Plantijn en Moretus uit Antwerpen. Vandaag is het een echte goudmijn voor informatie over de geschiedenis en de werking van het hospitaal door de tijden heen.

De orgelkast

De muziek kwam van de orgelkast op het oksaal achter in de kerk. Het meubel errond is bijzonder mooi, het is bekleed met exotisch hout en heeft een zeer mooi inlegwerk van bloemen en vogels. Het is het werk van Merklin, een ambachtsman van Brusselse herkomst, in 1844.

De zieke kloosterlingen volgden de dienst vanuit dit oksaal, om zich in die staat niet aan de gelovigen te tonen.

De credenskast

De credenskast, een meubelstuk bestemd voor de eetzalen, stamt uit het Italië van de 15de eeuw (de naam komt van “credenza” : vertrouwen) en diende om van de gerechten te proeven en zo vergiftiging te vermijden. Het meubel werd nadien gebruikt om het zilverwerk te stallen. Het hospitaal is ongetwijfeld het enige museum in België dat zoveel opmerkelijke credenskasten bezit: vier gotische van het einde van de 15de eeuw en één uit de 17de eeuw. Ze zijn al even opmerkelijk gesierd: maaswerk, rozetten, paaslam, lisbloem, twee ervan komen wellicht uit de erfenis van Jeanne Duquesne en dragen het familie-embleem de eik.

De alkoofbedden

De alkoofbedden waren wel aangepast aan het harde klimaat van de Belgische winters. Deze zaal was niet verwarmd, maar de bedden konden helemaal worden afgesloten om de warmte binnen te houden. Er was aan de zijkant een kamertje waar men zich kon opwarmen, maar enkel de valide zieken mochten erheen.

De keuze van rood voor de gordijnen en de dekens was niet lukraak. Op rood zijn bloedsporen niet te zien en zo moesten de gordijnen ook minder vaak in de was… De middeleeuwse geneeskunde kende immers weinig andere middelen om te genezen dan aderlatingen, purges, baden en pleisters. In die tijd zag men het lichaam als een vat vol sappen, ‘humoren’, die kwalijk konden worden en iemand helemaal of toch gedeeltelijk konden aantasten. Om hem te genezen, moesten deze sappen onttrokken worden en hoe kon dat beter dan met aderlatingen of lavementen?

Intensieve zorgen

In het tiental bedden was plaats voor zowat dertig zieken, of zelfs meer. Het afzonderlijke bed – een twijfelaar- is de vooloper van de intensieve zorgen: hier ligt de zieke die er het ergst aan toe is en veel verzorging en voortdurend toezicht nodig heeft en bij wie men dus snel en makkelijk bij kon. Aan de voet van het bed, op een klein draagaltaar, ligt alles klaar voor het heilig oliesel…

De refter

In de huidige staat werd de refter heringericht onder het prioraat van Marguerite de Baudrenghien, in het begin van de 16de eeuw.

De refter waar eeuw na eeuw de kloosterlingen hun maaltijden in stilte namen, terwijl een zuster rechtstaand aan de lessenaar uit het martelaarsboek las, is dus evenzeer een oord voor bezinning als voor de aardse voeding. Een indrukwekkend schilderij ‘La Cène’, met de voorstelling van het laatste avondmaal van Christus met zijn apostelen voor de Passie, overheerst de zaal. Een prestigieuze cyclus van 14 schilderijen die van de 16de eeuw tot 1760 werden vervaardigd, vormt een volledig decor dat episodes uit het leven van Christus voorstelt. Op elk doek is het portret van een burgerlijke of religieuze persoon te zien, de schenker van het doek.

De koorstoelen

De koorstoelen zijn in Lodewijk-XIV stijl. Dit harmonieus geheel van eik telt slechts 18 zitplaatsen, vanaf de 15de eeuw werden immers niet meer leden in de gemeenschap opgenomen. De stoelen hebben prachtig Naams houtsnijwerk: schelpen, lambrekijns, vlechtwerk en slingers sieren elke zitplaats. Meestal hebben koorstoelen aan de onderzijde van de opklapbare zittingen, een steunstuk waartegen monniken en kloosterlingen discreet konden leunen tijdens het koorgebed. Maar hier valt niets dergelijks te bespeuren.

© 2017 Hôpital Notre-Dame à la Rose | Design : Bzzz